Vlaamse wortels: Gontrode

Als een hoofdpersoon uit de romantische literatuur struin ik, hoofd gebogen, over het kerkhof van Gontrode (gemeente Melle, Oost-Vlaanderen). Op zoek naar familieleden in de moederlijke lijn. De hele ochtend heb ik aandachtig geluisterd naar familieverhalen: de brand waarin Monique haar man Armand verloor, de hersenbloeding van mijn achterneef Bart, de oneerlijke verdeling van de erfenis van de grote boerenfamilie, het nageslacht van Peetje en Meetje ‘Roo’, en hoe dit het lelijkste en mooiste in de mens naar boven bracht.

Vlnr: Rémi, Clara, Hélène, Marie, Jules, Michel, Achiles De Sutter. Foto uit de jaren ’20.

Nonkel Jules

Op de eerste lentedag van dit jaar breng ik een bezoek aan een nicht van mijn moeder, Monique (77 jaar). Ze lijkt heel erg op mijn Meme, die haar tante was. Moniekske is de oudste dochter van de lievelingsbroer van mijn grootmoeder, nonkel Jules. Nonkel Jules heb ik alleen gekend toen hij al volledig bedlegerig was en wij hem regelmatig in het zorgcentrum in Lemberge bezochten. Treurnis alom, hij kon niet meer zeggen dan ‘joad’ en iets wat op ‘nieje’ leek (ja en nee). Er verschenen fonkelende sterretjes in zijn helblauwe ogen als we op bezoek kwamen. En als iemand iets over vroeger vertelde, dan rolden de tranen over zijn aangezicht.

Meme had een bijzondere band met haar jongere broer. De 2 hadden geen woorden nodig. Het was nonkel Jules die haar uit haar lijden geholpen had, toen hij nog burgemeester van Gontrode was. Na WO II, was Pepe ten onrechte geïnterneerd in een strafkamp voor collaborateurs in Lokeren. Het was met de connecties van nonkel Jules dat het dossier van mijn grootvader ‘boven op de stapel’ terechtkwam. Kort erna werd hij vrijgelaten en werden mijn grootouders en hun eerste kind, tante Lu, weer herenigd. Samen namen ze opnieuw intrek in hun huis dat eerder door opgejutte dorpelingen geplunderd en kort en klein geslagen was. Meme is de hulp van haar broer nooit vergeten en was hem vermoedelijk eeuwig dankbaar.

Mijn overgrootmoeder op het huwelijk van Monique en Armand (1963)

Voorouders

Ik steek een windkaars aan op het familiegraf tegen de westelijke muur van de kleine Sint Bavo-kerk van Gontrode. Daar rusten in Gods vrede: Jozef De Sutter (1870 – 1954) en Leonie Verspeeten (1874 – 1964). Mijn meme, Marie De Sutter, was de 4e dochter in hun gezin van 7 kinderen. 3 meisjes en 4 jongens. Mijn moeder Gertrude was háar 5e kind, en van haar ben ik weer de jongste. Ik sta hier voor het graf van mijn overgrootouders; ik ben een van hun ongeveer 40 achterkleinkinderen. Ze hebben hun nageslacht van deze generatie nooit gekend.

Ík ken hen enkel uit verhalen. Meetje Roo was de allerliefste. Over haar goedheid en zachtaardige karakter is iedereen het eens. Mijn nichtje Leni is naar haar vernoemd. Peetje Roo was een wat norse en weerbarstige man, en een hardwerkende boer. Over zijn reputatie zijn de meningen verdeeld. Zou hij weleens gemijmerd hebben over zijn opvolgende generaties? En dat er in 2017 anno domini een achterkleindochter uit Amsterdam een ‘sabbatical’ zou houden om op zoek te gaan naar hem en haar overige wortels in de Vlaamse klei. En, ben ik de enige van mijn mede-achterkleinkinderen die hier wel eens zo staat…?

“Maar ook onafhankelijk van tijd en ruimte, het simpele hier ‘zijn’, is al wat ons verbindt.”

Adam en Eva

Ik ben de optelsom van alle mensen voor mij. En dat zijn er een hele hoop: 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders. En zo door tot Adam en Eva ;-). In oude culturen is het belang je voorouderen te eren groot. Niet alleen ben ik er dankzij hun vermenigvuldigingen, maar ook draag ik een deel van hun overtuigingen, ervaringen, trauma’s en overlevingsdrang in mij. In mijn DNA zit een stukje van hun geschiedenis geperst. Weleens een stamboom tot enkele eeuwen terug bestudeerd? Als snel realiseer je je dan dat we allemaal verre familie van elkaar zijn.

Neem de oude eik op het dorps- of kerkplein, die wij nu kunnen aanraken en bewonderen. Die eik stond er ook al in WOI en WOII. Dat deze boom erbij was toen onze grootouders trouwden of dat onder zijn gebladerte verzetsmensen in de nacht gefusilleerd werden… Dat die dag dezelfde zon scheen en die nacht de dezelfde maan een cirkel van grijsblauw licht verspreidde. Dan weet je dat alles en iedereen aan elkaar gebonden is. We zijn verbonden door onze plek op deze aarde. Door bloedlijnen of voorvallen. Natuurrampen of historische gebeurtenissen deinen langer na en lijken de verbinding te versterken. Maar ook onafhankelijk van tijd en ruimte, het simpele hier ‘zijn’, is al wat ons verbindt.

“Op deze plek, hier op planeet Aarde, is voor het eerst van mij gehouden.”

Wat ons verbindt

Deze verbinding is voor mij vanzelfsprekend. Maar je kan hem ook kwijtraken. En verbinding betekent ook niet altijd een gevoel van verbondenheid. Op 1 februari 2017 ben ik teruggekeerd naar mijn geboortestad om hier opnieuw te wortelen. Om de verbinding in mijzelf met mijzelf en deze grond, mijn familie en voorouders weer te voelen. Deze periode van terugtrekking is soms best eenzaam en leeg, want ik heb letterlijk afstand genomen van mijn leven. Van al mijn vrienden, kennissen en collega’s . De familie met wie ik het meest ‘close’ ben, woonde altijd al ver weg.

Maar hier in het Oost-Vlaamse betreed ik even een wereld, waar ik deel van uitmaak. En ook weer niet. Het voelt rijk om een figurant te zijn in een groot verhaal van familielijnen die al vele eeuwen, net als de Schelde en de Leie, rondom de stad Gent hun loop hebben. Hier heb ik voor het eerst zuurstof geademd en mijn eerste stappen gezet. Op deze plek, hier op planeet Aarde, is voor het eerst van mij gehouden. Zonder dat zij dit weet, herinnert Monique mij eraan.

“Ik weet dat ik hier in ‘Bourgondië’ ben en dat ‘Nee, ik heb echt genoeg gehad’ geen optie is.”

Talure

Na een kort bezoekje aan mijn 2 overgrootouders, Armand, nonkel Jules, tante Clara en nonkel Rémi, wandel ik terug van het kerkhof naar het huis van Monique, dat op een boogscheut afstand gelegen is. Het eten staat dampend op tafel. Ik eet 2 borden eigen gemaakte pompoensoep. Dan volgen kroketjes, ‘princeskes’ (sperziebonen) en een stukje varkenshaas (ik had haar niet verteld dat ik vegetariër ben). Bij de koffie voegen Moniques jongere zuster Fernandeke en haar man Gérard zich bij ons.

Ik krijg een stuk appeltaart, recht uit de oven. Het is zo groot dat het samen met de bollen ijskreem maar nauwelijks op mijn ‘talure’ past. Eerlijkgezegd zat ik al vol voor de 2e lichting kroketten. Maar ik weet dat ik hier in ‘Bourgondië’ ben en dat ‘Nee, ik heb echt genoeg gehad’ geen optie is. Gérard laat een stuk taart op het tapijt vallen. Hij raapt het op en steekt het in zijn mond. “Gij stofzuigt toch nog wel hé?” Zijn schoonzus antwoordt dat ze zelf niet meer kan stofzuigen of dweilen. Daarvoor komt de kuisvrouw. Helaas kan Monique het zelf niet meer met 2 kunstknieën – waarvan er een niet meer buigt.

© Muriel Van Peteghem, 21 maart 2017

3 reacties op “Vlaamse wortels: Gontrode”

  1. Liefste Murie, wat mooi dat ik dit met jou op grote afstand kan meeleven! Weet dat dit ook voor mij een heel waardevolle speurtocht is, dus bedankt voor je harde werk…We komen jou in de zomer bezoeken om er ook een deel van te zijn. Veel liefs!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *