Auteursarchief: Muriel Van Peteghem

Dochters van de nacht

We praten te veel. Vragen zijn er altijd. Ik heb me voorgenomen om de dingen samen te vatten. Zo bespaar ik mij woorden en hopelijk ook gedachten. Gedachten die blijven rondtollen in mijn hoofd.

Jij en ik, wij zijn dochters van de nacht. En dochters van oceanen. Binnenkort ga jij dromen en krijg jij boodschappen van onze grootmoeders. Wellicht in dode talen.

Ik weet van de pijn die je nooit aan iemand laat zien. Vanaf het zwemmen met jou in de baarmoeder weet ik goed wie jij bent. Je kan je naam veranderen, ik weet hoe jij heet en wat jij niet wilt zijn.

Ik ben getuige van jouw verlangen om onzichtbaar te zijn. En van de wens om opgenomen te worden in de hemelse gewelven.

Wat gezegd wil worden, blijft nog even stil. Het heeft geen zin om je best te doen. Het is heel subtiel. Als ik ga daar waar de oceaan het diepst is alles rust, stilte, liefde. Er is geen licht, eindeloos nacht en heel geborgen. Als we daar zijn weten we de antwoorden voor ik de vraag stel.

Creating life

Who I am is the art form. What I see is art, about to be transformed. What I experience is the fuel to ‘the art of living’: creating life at any moment. Yes, it is messy, but I have nowhere else to go.

© Muriel Van Peteghem, artist of life / levenskunstenaar, 6 juni 2019

The new me

© Muriel Van Peteghem, juli 2018

Retraite

Net voordat ik de oprijlaan van de pastorie opreed, vloog er een witte vlinder tegen de voorruit. Even leek het net alsof hij omhoog zou vliegen, maar toen ik in de achteruitkijkspiegel keek, zag ik nog net hoe hij tegen het asfalt ketste. En dan het schuldgevoel.

“Get off the cross, we need the wood!”, zegt iemand die zondag.

Als er niets meer is, dan komt het alles:

Laat je zien
Laat je horen
Onder de grond vandaan
Gestorven op weg naar de zon
Als je opstijgt krijg je vanzelf vleugels

Ik ben een spirit warrior, een stille kracht, hoedster van Moeder Aarde. Alleen in de voorhoede. Er is maar een ware bondgenoot en dat ben jij.

Morgenster

Morgenster gedicht Muriel Van PeteghemLaat me sterven op dit strand. Laat.
Met mijn eerste schoenen in de hand,
loop ik mijn huid op, het zeewater schuurt.
Ik snak naar adem bij zoveel
welwillende
elementen. De optrekkende mist
tussen de helblauwe hemel, zingen zeemeeuwen

symfonisch met schelpenresten in de branding
aangespoelde kwallen weerspiegelen
wolkjes met breuken, diepe kuilen voelen veilig
als de vervulling van horen zeggen
en zie het smelten van harten, geglazuurde zielen
ja, kersen op een taart. Langzaam verglijdt de lente in

Ik schreeuw stoppels in mijn keel, maar geen hond
op 100 meter hoort een ruw moment
om door te tranen door zo veel glans
zakt een koe verder door haar poten,
met die lieve lange wimpers puilen haar –
duisternis waar geen stof meer ademt

Laat me sterven. Laat omdat ik het leven niet meer huiver
Keer ik terug naar … middelmatigheid
Ik wilde wel Venus zien, maar de morgenster ging snel
onder in de nacht van de man. Laat maar.

© Muriel Van Peteghem, 3 april 2014, gerijpt tot 6 juli 2017