Categoriearchief: gedicht

Happyhappyjoyjoy in opdracht van Mar-vellous

 

Happyhappyjoyjoy

Ik zie de Otorongo in de nacht
loerend vanuit zijn boom
bewegingen ontgaan niet
doordringend claimt hij
zijn plek

Dansen dansen!
Ik zie planeten in kubieke kilometers gezogen in hun orbit
beetje bij beetje schrijf ik ook
MIJN verhaal
lagen lagen in ons bewustzijn: onder of boven
Ik ben niet bang meer

Zie JIJ het ook?
kralen zijn verhalen
ik zie je ziel, de kleuren, Judith
ik voel de jaren ’90
hoort de sjamaan die roept
dieren die naar ons lachen
wij zijn de bloem die nog niet bestond
die ik eerder niet waarnam
die tot leven komt.
We are warriors of light

Een zweem van vergane vriendschappen
ik voel mij geroepen
niet alle monden spreken
tranen rollen ook met ogen dicht
in de hoekjes van een glimlach blijven ze hangen,
in een bedding van discoballen
Pacha Mama is overal
de nodige ogen zijn zachte bolletjes
die verleiden met
haar mond wil je inslikken als het tijd is
maar niet voordat jij…

Met haar armen zegt zij:
Share your Smile!

© Muriel Van Peteghem 2021

In opdracht van beeldend kunstenaar Marjolein van der Wal a.k.a. Mar-vellous. Happyhappyjoyjoy is een van de 12 godinnen uit een kunstinstallatie over identiteit en zelfbewustwording.

En attendant Abalo

Coup de foudre.
Rien de tendre
Des années a durée
cette grande histoire d’amour
qui ne finisse jamais
au retour.

Au début
chair de chien et poule,
soleil et lune
et un morceau du grand bleu
– Neptune
qui dit à Dieu.

Le vent du Nord a soufflé
cascade, terres vertes
J’ai senti, un coeur qui bat,
seul. Et depuis,
tout ce temps – attends
me dira que c’est fini.

1999-2017

© Muriel Van Peteghem, après Paris, le 14 juillet 2017

Morgenster

Morgenster gedicht Muriel Van PeteghemLaat me sterven op dit strand. Laat.
Met mijn eerste schoenen in de hand,
loop ik mijn huid op, het zeewater schuurt.
Ik snak naar adem bij zoveel
welwillende
elementen. De optrekkende mist
tussen de helblauwe hemel, zingen zeemeeuwen

symfonisch met schelpenresten in de branding
aangespoelde kwallen weerspiegelen
wolkjes met breuken, diepe kuilen voelen veilig
als de vervulling van horen zeggen
en zie het smelten van harten, geglazuurde zielen
ja, kersen op een taart. Langzaam verglijdt de lente in

Ik schreeuw stoppels in mijn keel, maar geen hond
op 100 meter hoort een ruw moment
om door te tranen door zo veel glans
zakt een koe verder door haar poten,
met die lieve lange wimpers puilen haar –
duisternis waar geen stof meer ademt

Laat me sterven. Laat omdat ik het leven niet meer huiver
Keer ik terug naar … middelmatigheid
Ik wilde wel Venus zien, maar de morgenster ging snel
onder in de nacht van de man. Laat maar.

© Muriel Van Peteghem, 3 april 2014, gerijpt tot 6 juli 2017

Zorgeloos

Ik kwam dichtbij zorgeloos soezen
Toen het niet in jouw bed was / dat ik lag
dat ik dacht
hoewel ik verlangde naar jouw avontuur
met mij
ik in jouw koffer door de douane
gesmokkeld als drugs

We kwamen dichtbij zorgeloos zoenen
toen we niet dachten aan de toekomst
maar alleen aan het moment
dat ik lach / mijn lippen
en af en toe de tand des tijds
die kietelde
onvermijdelijk

© Muriel Van Peteghem, 27 januari 2005

Lot

En wat als je begrepen hebt
hoe het ervoor staat met je
condition humaine. Mijn ziel
zit vast in dit sterf’lijk lichaam.

De accu van de laptop is bijna leeg
voor de laatste keer.
Ik ben nog niet klaar voor
de shutdown.

Dan zie je licht stralen uit
chakra’s en andere lichaamsholtes.
Ik vecht niet meer tegen lillende delen.
Ze zijn tijdelijk, net als al het andere, futiel.

Geen levenseindekliniek die je helpt als je
in het huwelijk getreden met Cheiron –
half man, half paard, de mond gesnoerd
pijlen giftig breekt.

Ik vertrouw soms op de essentie
en als ik daar ben,
achter de veelheid van feiten
weet ik weer waar verlangen toe dient.

© Muriel Van Peteghem, 19 januari, gerijpt tot 8 april 2015

Over een ont-moeting

Boom in Martin Luther King-park

© Muriel Van Peteghem

Vergeten wat de bekende weg was
Het heeft geen zin te vragen
naar de zon.

Misschien vroeger of later. In deze fase
vliegen sommige vogels natuurlijk
door de bebladerde gaten.

Jij bevecht dat ik mijzelf wil worden. Ik huiver
alleen maar, mijmer soms een beetje, ben van slag en raak
een touchscreen dat weerspiegelt, met één vinger.

Ook ik verlang naar de vrouw,
die zij de toegewijde noemen. Ik besta
in de nevelen en enkelhoog spriet gras.

Ik stel voor verdriet te volgen. Als we
dat hardop zeggen hoor ik een sleutelbos tikken,
maar wij hebben nog een lange reis te gaan.

Ik weet niet of jij beeft, want ik hoor niets meer.
De traagheid van water naar de woestijn,
geen oogopslag zonder familienaam.

Zonder compas, zonder vergeten,
ver op zee sleurt een sleepboot een hart mee
naar de maan.

Wij irriteren elkaar met ontevredenheid. Jij verwijt mij
depressie, ik zeg dat jij een moedercomplex hebt.
We zijn niet getrouwd, waarschijnlijk tot de dood ons scheidt.

Ik hoop dat jij en ik uitgroeien tot oude vrienden,
vechten doe je alleen in het begin. Tranen
leiden ons als granaatappelpitjes.

Ik zandstraal mijn zonden, hopend op een wonder
En zoals het gaat met diepe wonden… ze zijn
Oorspronkelijk.

29 mei tot en met 21 oktober 2014