Ljubljana – Istrië

24 september, dag 6, deel 2

Na bijna een week alleen rondrijden door Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Slovenië, ga ik nu zonder omwegen op weg naar mijn zus Anouk en haar vriend Q. Ze zijn al vanaf juli door Oost-Europa aan het reizen met hun camperbusje.

'Sloopy', het busje van Anouk en Q
'Sloopy (hang on)', het busje van Anouk en Q

Eindelijk weer even in mijn eigen taal babbelen in plaats van het opgepoetste Duits en een ‘Dober dan’ links of rechts. Van Llubljana (Slovenië) naar Lovran (21 km onder Rijeka) (Kroatië) is het een kilometertje of 130. Ik rijd het straatje van het hostel uit en zeg vriendelijk gedag tegen de parkeerwachter die me een dag ervoor naar Amsterdamse standaarden liet betalen voor het parkeergeld van mijn motor. Hij is not amused, want hij had me laten betalen tot 12.00 uur die ochtend en ik rijd onder zijn tolpoort door om 15.00 uur. Dat is op z’n minst nog eens 9 euro, die hij aan zijn neus voorbij ziet flitsen.

Snelwegperikelen

Ik kies voor de snelweg, de Sloveense A1. Om snel weg te zijn. En snel op bestemming. Ten minste dat is het idee. Er zijn in heel Slovenië (twee miljoen inwoners) twee hoofdaders. De A1 kiezen lijkt dus simpel. Zoals het met snelwegen gaat, is er een A1 de ene kant en een A1 de andere kant op. Echter het is wel zo handig als een van de bestemmingen die je nodig hebt op de grote wegwijzers vermeld wordt. Ik wil naar het Zuiden (in eerste instantie richting Postojna) maar ik zie alleen maar rijrichtingen aangegeven die ik niet wil volgen: Italië, Oostenrijk, Kranj, Jesenice (naar het Noord-Westen) of Maribor, Novo Mesto (naar het Noord- en Zuid-Oosten). Voor het eerst op mijn trip rijd ik verkeerd. Omrijden ‘sucks’. De benzine verbrandt, ik zit in mijn helm vloekend mijn vrolijkheid te verjagen, de tijd tikt weg en je weet dat alles wat je ziet niet de bedoeling was. Uiteraard is de eerstvolgende afslag waar ik rechtsomkeer wil maken 10 km verderop. Dat is dus 20 km voor ‘Janez met de korte achternaam’. Als ik weer in paniek de grote witte (bij ons blauwe) borden zie, zonder een voor mij bekend ijkpunt, zet ik mijn motor tegen de regels in op de pechstrook om zo eens in alle rust (de knipperlichtjes hebben een helende werking op mijn gemoed) de kaart te bekijken. Ik ben nu zeker van mijn zaak: in dit soort landen moet je je nooit richten op de onleesbare en on-onthoudbare geografische benamingen (Grosulpje, Skofsjaloka, Radovljica etc. etc.) maar je simpelweg laten leiden door de nummers van de wegen. Dat had ik eerder natuurlijk ook kunnen bedenken… Al doende wordt men wijs.

Richting Kroatië

Ik kies dus voor de A1 (E57, E70) die mij richting Zuiden zal meevoeren. Maximale snelheid op de Kroatische snelwegen is 130 km/u. Dat is lekker. Ik probeer me eraan te houden, want ik heb verhalen gehoord over de Kroatische politie die geen grappen maakt met buitenlandse vakantiegangers. Als ze gelegenheid krijgen, maken ze je graag geld afhandig voor iets strafbaars dat ze ter plekke verzinnen. Ten minste, zo blijkt van horen zeggen. Ik ben dus ook lichtelijk huiverig als ik de grensovergang Slovenija/Hrvatska bereik. Voor het eerst deze reis verlaat ik de Europese Unie. Slovenië heb ik tegen mijn verwachtingen in leren kennen als een buitengewoon ‘West-Europees’ land, maar hoe zal Kroatië zich ontpoppen? Vlak voor de grensovergang kun je euro’s omwisselen in kuna’s, maar mijn reiservaring leerde mij dat dat vooral tegen ongunstige koersen is en dat je beter gewoon ergens geld kunt pinnen. Ik vraag me af of ze me bij de grens iets kunnen laten betalen. Moet ik in Kroatië péage betalen? Hoe dan ook, ik heb geen kuna’s.

Grens Hrvatska

De grens is precies zoals ik me voorstelde. We worden allemaal in een fuik geleid en de meeste mensen mogen doorrijden. Behalve ik. Ze bekijken me van alle kanten, alsof ik mogelijk drugs onder mijn zadel heb verstoppeld. Het uniform van de douaniers ziet eruit als dat van de Stasi en ook hun gezicht verraadt dat ze niet in zijn voor grapjes. Als ze zien dat ik een vrouw ben, strekt er een zijn rug en komt op mij aflopen. In zijn gezicht vertrekt geen spier. “Passport!”, snauwt hij mij toe. Al mijn hele reis bewaar ik mijn paspoort in mijn nieuwe, op de Dappermarkt gekochte, rode, nep-krokodillenleren portefeuille (5 euri). Elke keer als ik een betaling doe, flikkerde ik het wisselgeld en de bonnetjes in een willekeurig vakje (Je kent dat wel: ‘Ik ruim het vanavond wel op, als ik in het donker in de tent niets te doen heb’). Als ik mijn paspoort aan de grensbeambte wil overhandigen steken er uit mijn identiteitsbewijs een briefje van 10 en 20 euro. Regel 1 in dit soort landen: bewaar nooit geld in je paspoort, want dan denken ze (1) of dat je geld te veel hebt, of (2) dat je ze wilt omkopen. Geen van beide situaties is wenselijk. Bij de Bosnisch-Kroatische grens hangen zelfs borden die uitbeelden: paspoort + geld = handboeien! Hakkelend verontschuldig ik mij en de douanier wordt duidelijk über-ongeduldig. Ondertussen vormt zich achter mij ook nog eens een ellenlange rij auto’s die ook gefuikt zijn. Hij bekijkt nauwkeurig mijn Belgische paspoort en checkt vervolgens mijn NL-kenteken. Ja, dat is ook lastig. Waarschijnlijk vermoeit deze ingewikkelde casus hem al bij voorbaat. Stilzwijgend bezorgt hij mij mijn paspoort terug. Pffff. Dat viel mee.

Passport!

Tweehonderd meter verderop zit echter nog een controlepost. Nog steeds begrijp ik niet waarom. Ik stop netjes en wacht op instructies. Dit maal zit er een dame, vrouw, manwijf in een hokje. Ze schuift het raampje van haar loket open en denkt dat ik met een helm op niet goed hoor. Ook zij schreeuwt: “Passport!”. Jeeezus, dat kan ik toch niet weten!! Ik doe weer mijn handschoenen uit, pak weer mijn tacky portemonnaie uit mijn handige buik/schoudertas. Ze is snel tevreden. Dan door naar controle nummer drie. Groen is ‘Ništa za prijaviti’ (niets aan te geven). Rood is ‘Roba za prijaviti’ (iets aan te geven). Uiteraard kies ik voor groen en ga ik voor het gesloten hek onder het bord ‘niets aan te geven staan’. Maar het hek gaat niet open. Ik word gewenkt en uitgenodigd om ook aan te schuiven onder het rode bord. O jee. Daar gaan we weer. Ik murmel in mezelf: ‘innocent until proven guilty…’. Ook hier word ik weer onderzoekend geobserveerd door de heren grensbewakers met een strenge, doch gepuzzelde gezichtsuitdrukking. Maar dan ligt toch echt de weg voor mij open. Twee kilometer verderop blijkt tol betaald te worden. Ik hoop maar dat mijn harde euro’s hier geaccepteerd worden. Ja hoor: 50 cent voor een stukje Kroatische snelweg. Daar doen we het voor. Ik geef een euromunt en krijg voor het eerst in mijn leven het equivalent van 50 cent in kuna’s. Toch weer een mijlpaal. En nu geen belemmeringen meer. Free at last. Op naar Lovran.

Medveja

een nieuwe reisgenootje: motorrijden in verbinding met de natuur
Medveja: een nieuwe reisgenootje: motorrijden in verbinding met de natuur

De rit gaat voorspoedig. Bij een bushalte vraag ik aan een buschauffeur de weg. Iedereen spreekt Engels of Duits, of allebei, dat is erg prettig. De camping blijkt 2 km buiten Lovran te liggen in een dorpje dat Medveja heet. De camping wordt door de doorgaande weg gescheiden van het strand. Ik bel mijn zus. De TomTom zegt dat ze nog twintig minuten van Medveja verwijderd zijn, dus ik parkeer de motor alvast bij de receptie. Ik wacht rustig af. Ik heb Anouk en Q al een paar maanden niet gezien en ik verheug me daarom enorm op het weerzien. Ik schrok me dood toen twee zwarten, donkergekleurde mensen uit het busje stapten. Mijn God, wat zijn ze bruin! We hebben elkaar veel te vertellen, en dat doen we dan ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *